|
Generische geneesmiddelen |
|
Gebruik van generische geneesmiddelen
Het aandeel generische geneesmiddelen in België bedraagt slechts 10%. In tegenstelling tot de ons omringende landen is dit weinig. Zowel bij patiënten, artsen als apothekers bestaat er een ongepast wantrouwen ten opzichte van deze medicatie. Het is belangrijk dat dit wantrouwen door correcte informatie wordt weggewerkt. De overheid heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid.
Bio- equivalentie aan het originele geneesmiddel
Binnen de referentieterugbetaling wordt de terugbetalingbasis van een originele specialiteit waarvoor een goedkopere specialiteit beschikbaar is (dikwijls een generisch middel of een "kopie"), verminderd. Een generisch geneesmiddel was tot 1 juli 2005 26% goedkoper dan het originele geneesmiddel. Vanaf 1 juli 2005 werd dit 30%. Patiënten moeten minder betalen voor generische producten en meer voor de meeste overeenkomstige specialiteiten. Dit heeft tot gevolg dat de patiënt in een aantal gevallen een hoger remgeld betaalt.
Een geneesmiddel is “therapeutisch equivalent” met een ander wanneer het hetzelfde actieve bestanddeel bevat en als klinisch bewezen is dat het even veilig en doeltreffend is als het oorspronkelijk geneesmiddel. Het bewijs van zo’n therapeutische equivalentie is niet verplicht voor de registratie van generische geneesmiddelen.
Een generisch geneesmiddel moet wel hetzelfde werkzame bestanddeel (of bestanddelen) bevatten, dezelfde sterkte per dosis, dezelfde farmaceutische vorm en dezelfde toedieningswijze als het origineel. De generiek en het origineel geneesmiddel moeten dus “chemisch” en “farmaceutisch equivalent” zijn. Dit betekent daarom niet dat de twee middelen volledig identiek zijn aangezien de gebruikte hulpstoffen en excipienta en de productiemethode van de farmaceutische vorm kunnen verschillen.
Het Vlaams Patiëntenplatform vzw pleit voor generische varianten die identiek zijn aan het originele product. Verder is het niet aanvaardbaar dat de prijs van een origineel product verhoogd wordt indien er wel een generische variant bestaat maar die niet dezelfde werking, vorm of resultaat heeft. De patiënt is dan noodgedwongen om toch te kiezen voor het originele product. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw vraagt dan ook dat deze maatregel verfijnd wordt zodat enkel indien er een identieke kopie bestaat deze maatregel wordt toegepast.
Indien een generisch geneesmiddel (voor een bepaalde periode) van de markt verdwijnt of enkel beschikbaar is in een ziekenhuis, mag de referentieterugbetaling niet spelen. De overeenkomstige specialiteiten mogen dan niet duurder zijn.
Galenische vorm
Door de uitbreiding van het referentiesysteem tot alle toedieningsvormen die dezelfde actieve stof bevatten worden vooral ouderen, zwaarzorgbehoevenden en kinderen getroffen. Op het moment dat er een generisch product bijkomt op de markt in de vorm van tabletten, zal het originele product dat bijvoorbeeld ook in siroop bestaat duurder worden omdat de vergoeding gebaseerd is op de maximumprijs van het generische product in tabletvorm. Mensen met slikproblemen zullen blijven kiezen voor het originele product maar zullen een meerprijs moeten betalen.
Het is dan ook niet aanvaardbaar dat de prijs van een origineel product verhoogd wordt indien er geen generische variant bestaat met dezelfde toedieningswijze of bereidingswijze (suppo’s, siroop, druppels, tabletten,..).
Zelfde dosis en aantal voor een generisch als voor het originele geneesmiddel
Bij generische geneesmiddelen bestaat een wildgroei en een tendens naar grotere verpakkingen. Dit kan betekenen dat grote hoeveelheden worden aangekocht omwille van de lage prijs, ook al zijn die niet nodig.
Nu bepalen originele geneesmiddelen de meest adequate verpakkingsgroottes en doseringen. Generische geneesmiddelen zouden zich best daarop afstemmen om in aanmerking te komen voor terugbetaling. Op die manier kunnen geneesmiddelen ook makkelijker met elkaar vergeleken worden.
Generische geneesmiddelen in ziekenhuizen
Niet alle ziekenhuizen hebben generische geneesmiddelen op hun formularium staan. Indien dit niet het geval is, levert dit nadelen op voor de patiënt die thuis gewend was om generische geneesmiddelen te gebruiken. De arts in het ziekenhuis zal het geneesmiddel aanwezig op het formularium voorschrijven waardoor de therapie van de patiënt omgebogen moet worden bij opname, maar ook bij ontslag indien hij kiest om thuis opnieuw generische geneesmiddelen te gebruiken.
Voorschrijven op stofnaam
Voor 1 oktober 2005 schreven artsen de merknaam voor van het geneesmiddel dat de patiënt bij de apotheek dient af te halen. Vanaf 1 oktober 2005 hoeven ze enkel nog de benaming van het geneeskrachtige bestanddeel te noteren. De apotheker dient dan zelf het meest geschikte en goedkoopste merk uit te kiezen. Voor patiënten is de kans groot dat zij dan mindere remgeld zullen betalen.
Het voorschrijven op stofnaam is echter niet verplicht. Farmanet, het netwerk dat gegevens verzamelt over de afgeleverde geneesmiddelen, zal ingeschakeld worden om te controleren of de apotheker effectief het goedkoopste middel aflevert.
|