Thema's
Patiëntenrechten
Recht op toestemming of weigering | 5. Het recht op toestemming of weigering (art. 8) |
|
|
|
Geen enkele handeling kan zonder je toestemming opgestart, verdergezet of stopgezet worden. Dat recht geldt niet alleen bij fysieke onderzoeken, maar bij elke tussenkomst. De beroepsbeoefenaar moet je alle informatie geven die je nodig hebt om een oordeel te kunnen vormen. Hij moet je vooraf en tijdig informeren, zodat je nog een andere beroepsbeoefenaar kan raadplegen als je dat wenst. ... uitdrukkelijk of stilzwijgend We spreken van uitdrukkelijke toestemming wanneer je expliciet je toestemming geeft. Je antwoordt bijvoorbeeld “ja” wanneer de arts vraagt of hij een bloedstaal mag nemen. We spreken van stilzwijgende toestemming wanneer je impliciet je toestemming geeft. Wanneer de arts zegt dat hij een bloedstaal wil nemen, strek je je arm uit. Uit zo’n gedrag mag de arts afleiden dat je akkoord gaat. Ook door de wet wordt dit als een toestemming beschouwd. Zowel jij als de beroepsbeoefenaar kunnen vragen om de toestemming (of weigering) schriftelijk vast te leggen. Dat document wordt dan toegevoegd aan je patiëntendossier. Zeker bij heel ingrijpende onderzoeken of behandelingen wordt meestal zo gewerkt.
Je toestemming weigeren of intrekken Op elk moment mag je je toestemming voor een voorgestelde of lopende behandeling weigeren of weer intrekken. Die beslissing moet opgenomen worden in het patiëntendossier. De zorgverstrekker is verplicht je te informeren over de gevolgen, maar hij moet je beslissing volledig respecteren. Je weigering tast op geen enkele manier je recht op kwaliteitsvolle zorgen aan. Misschien heb je nu al beslist dat je bepaalde behandelingen wil weigeren wanneer je bijvoorbeeld ooit in coma zou raken of dement worden. Zo’n wilsverklaring moet je schriftelijk vastleggen. Ze moet volledig gerespecteerd worden. Van je wilsverklaring kan je best een kopie geven aan je huisarts of de behandelende arts. Bewaar ook een kopie in je portefeuille. En als men je toestemming niet kan vragen? Stel dat je bij een ongeval bewusteloos raakt en je moet dringend behandeld worden. Jij kan je toestemming niet geven, je vertegenwoordiger beantwoordt de telefoon niet, de arts kan niet te weten komen of je een wilsverklaring hebt opgemaakt. In zo’n situatie moet de zorgverstrekker alle behandelingen starten die hij noodzakelijk acht. Achteraf moet hij in het patiëntendossier vermelden dat er geen toestemming werd gegeven en dat het om een spoedgeval ging. Zodra je toestand het weer toelaat of men je vertegenwoordiger bereikt, zijn je rechten weer helemaal van kracht. |
||
| < Vorige | Volgende > |
|---|